|
Conny Regard debuteerde onlangs bij Uitgeverij Westfriesland met haar roman ´Liefde of leugens´. ‘Liefde of leugens’ behandelt een cruciale fase in het leven van Mariska, Rafaella, Ravi en Sam. Sam en Mariska lijken zo gelukkig getrouwd, maar is dat ook zo? Conny Regard spaart haar karakters niet. Als het verhaal klaar is, zijn alle stenen omgedraaid en hebben de levens van haar hoofdpersonen een aantal duizelingwekkende veranderingen doorgemaakt. Conny Regards hoofdrolspelers zijn mooi en rijk, het verhaal volgt de klassieke lijnen van een liefdesroman. Een ontmoeting, misverstanden, een probleem dat overwonnen moet worden. Tot zover een gewone roman. Wat dit boek de moeite waard maakt zijn de moderne thema´s die Regard aansnijdt. Kiezen voor ouderschap, alleenstaande opvoeders, hoe geld en een druk leven niet garant staan voor geluk, dat zijn actuele vraagstukken. Het is ook verfrissend dat Regard zich niet heeft laten verleiden om het verhaal te ver-engelsen. Hoewel Rafaella de halve wereld rondreist is de basis van het verhaal een herkenbaar Nederland en laat Regard zien dat Nederland net zo mooi beschreven kan worden als welk ander land dan ook. Voeg daarbij de vlotte schrijfstijl en de sympathieke karakters en je begrijpt dat ik uitkijk naar het volgende boek van deze schrijfster. Allereerst, Conny, gefeliciteerd met je boek. En erg lief dat je tijd wilde maken voor onze vragen! Je vorige boek haalde de shortlist van de Jill Mansell wedstrijd in Flair. Wat dacht je toen? 'Oh jee, waarom heb ik die ene bedscène nou toch niet iets… eh, beschaafder gemaakt.' Hahaha… ja, echt, en daarna schrok ik me te pletter. Oké, ik had het opgestuurd, maar echt werkelijk nooit verwacht dat ik erdoor zou komen. Maar toen ik van de schrik bekomen was dacht ik: Jeetje, kan ik het misschien dan toch? Je schrijft in een razend tempo. Het shortlist verhaal wordt hierna uitgegeven, meen ik? Weet je wat het is? Goed, ik schrijf redelijk snel, maar had al een aantal verhalen ‘klaar’ toen ik aan de JM-wedstrijd meedeed. Het was eigenlijk een kwestie van er nog eens goed naar kijken, toepassen wat ik in de afgelopen tijd heb geleerd en hier en daar wat schrappen en toevoegen. Een verhaal is bij mij nooit af, tot het moment dat ik het opstuur en zelfs daarna voelde ik nog kriebels: ik had dat nog moeten veranderen, en dat had beter weg gekund. En inderdaad ‘Ik huur een man’ zoals dat verhaal heet, is het verhaal dat ik voor de JM-wedstrijd heb geschreven. Het komt in november uit. En als ik me niet vergis ligt het volgende boek ook al op de plank? Zoals je het stelt, komt het inderdaad over alsof het lopendebandwerk is. Maar inderdaad, als alles goed gaat, wordt verhaal nummer drie volgend voorjaar uitgegeven. Even nieuwsgierig, ligt er nog meer in je la en vindt dat ook zijn weg naar je uitgever? Of ben je inmiddels aan een nieuw project begonnen? En kan je ons alvast iets over dat project vertellen? Er ligt inderdaad nog wel het één en ander dat nog niet helemaal af is. Momenteel hebben ‘Vlinder’, het verhaal over een vrouw met bepaalde gaven, en ‘Modelmeid’ mijn voorkeur. Vlinder weet al vanaf haar jeugd dat er maar één man voor haar is. Maar wie hij is, ziet ze jaren later pas in een visioen, en als ze dan eindelijk weet waar ze hem kan vinden, is er niets wat haar nog bij hem vandaan kan houden. En bij mij kan en mag niets makkelijk gaan. Ja, het gezegde ‘Waarom makkelijk als het ook moeilijk kan’, gaat bij mij negen van de tien keer op. De eerste versie is af, en die ben in nu grondig aan het herschrijven. Ik schrijf namelijk altijd alles in één ruk door zonder het na te kijken omdat ik anders helemaal uit mijn ritme raak. ‘ Modelmeid’ is voor tweederde af. Het gaat over een fotomodel dat alles heeft gedaan wat God verboden heeft maar een geheim met zich meedraagt dat haar begint in te halen. Na een absoluut dieptepunt besluit ze haar carrière aan de wilgen te hangen en haar ‘fout’ recht te zetten. Maar voor dat zover is, zal er nog het nodige moeten gebeuren. Hoe doe je dat, al die verschillende verhalen? Zitten plot en karakters al helemaal in je hoofd voor je begint, maak je een schema, is het een organisch proces? Al helemaal in mijn hoofd? Schema’s? Nee, zo’n chaoot als ik ben? Echt niet. Daar zou ik helemaal van in de war raken. Ik schrijf ook nooit losse hoofdstukken, die ik later ergens inpas. Ik begin gewoon bij het begin, en al schrijvende verzin ik, ervaar ik, beleef ik. Mijn verhalen zijn wat dat betreft voor mij net zo’n verrassing als voor de lezer als die begint. Een verhaal begint bij mij meestal met een klein idee, en daar vanuit ga ik schrijven. Bij ‘Liefde of leugens’ had ik alleen de proloog, en vandaar uit ben ik gaan schrijven. Twee van de voorwaarden voor ‘Ik huur een man’, waren dat het komisch moest zijn en dat het zich in Nederland afspeelde. Bij ‘Spiegelbeeld’, boek nummer drie, kwam ik op het idee van een tweeling, omdat ik zelf een tweeling heb en beide kinderen toch zo verschillend zijn. Meer dan een hoofdpersoon en een vaag plot, heb ik dan ook zelden. Je hebt talent om lange, beschrijvende zinnen tot een soepel einde te brengen ‘ “Hallo jarig jet,” lachte Sam en liet zich door haar de ruime lichte hal doortrekken naar de grote woonkamer waarvan de achterwand helemaal uit ramen bestond’. Heb je de neiging om je zinnen vaak te herschrijven of vloeien ze in deze vorm uit je pen? Soms zijn ze te lang, en soms vloeien ze perfect mijn pen uit. Maar dat zie ik over het algemeen pas bij het herlezen. Ik begin dan meteen te schrappen en probeer te herschrijven tot ik tevreden ben. Vergis je niet, ik kan ook verschrikkelijk ingewikkeld doen, en heb dan achteraf zoiets van: tjonge, hoe heb je dat in godsnaam voor elkaar gekregen. Wat wilde je hier vertellen? Zie je een bepaalde ontwikkeling in je schrijfwerk, heb je dingen aangeleerd of juist afgeleerd waarvan je zegt ‘dat had ik eerder willen weten!’ ‘Liefde of leugens’, heb ik zonder proeflezers, of wat voor hulp dan ook geschreven. Het was één van mijn eerste verhalen en had het nadat het af was eigenlijk nooit meer bekeken. Ik schrok dan ook best toen ik het weer las, en ben meteen aan de slag gegaan, want geloof me, versie één -dit was de derde versie- was echt niet om aan te zien! Die nieuwe boeken waar we het al even over hadden. Ben je geneigd om nu wel met proeflezers te gaan werken? Ze kunnen je ook ontzettend afleiden natuurlijk. Ja, dat doe ik al. Voor ‘Spiegelbeeld’ had ik er zelfs 3, waaronder ook een man. Dat was een openbaring. Mannen letten echt op hele andere dingen, en hij heeft me op een paar punten gewezen waar je als vrouw niet zo snel aan denkt. Ik ben daardoor ook tot de ontdekking gekomen dat mannen heel anders naar een romantische/erotische scène kijken, wat die bepaalde scènes volgens mij beslist beter hebben gemaakt. En afleiden? Nee, zo zie ik het niet. Er kunnen zelfs hele leuke discussies ontstaan. Tijdens de redactie van je boek zijn enkele fouten niet opgemerkt. Niets ernstigs, maar toch jammer. Slordige redactie lijkt een algemene trend, waar velen zich aan ergeren. Wat is jouw mening hierover? Ik vind het erg maar helaas is er weinig dat ik daaraan kan doen. Het is vaak één van de eerste dingen die ik te horen krijg als iemand het verhaal heeft gelezen. De uitgever heeft beloofd dat het bij een eventueel volgende druk aangepast gaat worden. Nu maar hopen dat het zover komt. Het is ook een klacht van lezers, schrijvers en jury’s dat er tegenwoordig zo weinig aandacht besteed wordt aan de redactie. Heb jij enig idee waar dat aan ligt, niet alleen bij jouw uitgever maar in het algemeen? Ik zou het je werkelijk niet kunnen zeggen. Ik erger me er wel aan, zeker bij mijn eigen boek. Misschien de drukte, geen idee, maar ik vind het echt heel erg jammer en hoop niet dat het de mensen ontmoedigt het boek te kopen. In je boek verander je vaak van locatie en perspectief. Ik merk als lezer een duidelijk sfeerverschil als ik over het ene of over het andere karakter lees. Ervoer je dat tijdens het schrijven ook? Ja, heel erg. En dat is ook een van de dingen die ik zelf heel leuk vond om te doen. Ik kon me echt verheugen als ‘ik’ weer op pad ging. Ik was nog nooit in Kent geweest, ook nog nooit in de andere landen, wat dat betreft. Ik heb altijd willen reizen en ik heb er echt ontzettend van genoten. En als ik weer even over Sam had geschreven, verheugde ik me weer op het moment dat ik weer in Rafaella kon ‘kruipen’. Hoe heb je research gedaan naar al die locaties, was je in de omstandigheden ook echt te kunnen reizen? Om je eerlijk te bekennen zijn het echt fictieve plaatsen. En nee, ik ben helaas nog nooit in Australië of Amerika geweest. Wel in Engeland, maar ook weer niet in Kent. Maar heb wel altijd willen reizen en ooit, ooit gaat het er van komen. Het karakter van Sam lijkt wat traag op gang te komen. Ik verbaas me in het eerste hoofdstuk over zijn reacties. Hij wordt getergd en is geïrriteerd maar slaat als een blad om naar vrolijk en grappig. Zelfs in handelen merk je niets meer van zijn boosheid. Vanaf het tweede hoofdstuk heb je een betere grip op zijn karakter. Was het moeilijk om in de huid van een man te kruipen? Ja, heel erg. Over vrouwen hoef je me niets te vertellen, maar hoe mannen in bepaalde situaties denken, is andere koek. Zeker met Sams gedachten vroeg ik me vaak af: Doen mannen dat ook? Zitten die ook te fantaseren over hoe het kan zijn? En hoe heb je dat opgelost? Je man de oren van het hoofd gevraagd? Nee, eigenlijk niet. Het is allemaal uit mijn eigen fantasie gekomen. Misschien wel zoals ik wil dat een man reageert. Voor het boek waar ik nu aan bezig ben, heb ik wel aan een goede vriend gevraagd hoe hij over bepaalde dingen denkt, of mannen bepaalde dingen ook doen. En ik ben vast van plan hem bepaalde scènes te laten lezen om te kijken of het een beetje ‘mannelijk’ overkomt. Dat was ook zoiets, dat mannen,‘Liefde of leugens’ gaan lezen of hebben gelezen. Ik ben ontzettend nieuwsgierig hoe mannen tegen mijn verhaal aankijken. Terwijl alle andere karakters goed uitgewerkt worden houd je Mariska’s karakter erg op de vlakte. Heb je dat bewust gedaan? Of het bewust is gedaan? Hm, weet je, Mariska is en was, in tegenstelling wat er op de achterflap staat, een bijrol. Ik mocht haar niet, maar wilde ook niet teveel verraden. In die zin heb ik het misschien wel bewust gedaan omdat ik de lezer op het verkeerde been wilde brengen zodat ze haar, zeker in het begin, aardig zouden vinden. In de eerste versie van Liefde of leugens, liet ik Mariska ook ‘denken’, en was het vanaf het begin duidelijk dat ze helemaal niet aardig was, en lag het plot al direct op tafel. Zoals ik het heb herschreven, leek het me spannender, en ik denk dat dat redelijk is gelukt. Het lijkt erop dat je niet helemaal tevreden bent met je achterflap. Je raadt mensen zelfs af hem te lezen. Hoe is die flaptekst tot stand gekomen? Om je eerlijk te bekennen vind ik dat het teveel verraadt. De proloog vind ik zelf best spannend geworden, het roept vragen op. Maar lees de achterflap en je weet alles. Tel daar de verschillende recensies/reacties bij op, en je hoeft het straks niet meer te lezen. De flaptekst is door de uitgever geschreven, daarin had ik geen enkele inspraak. Net zoals de omslag. Al moet ik je bekennen dat ik die van ‘Liefde of leugens’ meteen prachtig vond, en die van ‘Ik huur een man’ heel komisch, wat perfect past bij het verhaal. Als je zelf de flaptekst had mogen schrijven, hoe had die er dan uitgezien? Tjonge, daar vraag je me wat. Eigenlijk ongeveer hetzelfde, maar dan zonder te onthullen waar de brief, dus de proloog, over ging, en zonder kinderen te noemen. Maar verder ben ik er wel tevreden over. Ik ben heel slecht in samenvattingen en schrijf veel liever een boek dan dat ik een synopsis schrijf. Raar maar waar! Over die kinderen. Mariska en haar man kunnen geen kinderen krijgen, en Mariska compenseert dat gemis met haar levensstijl. Nu is kinderloosheid de laatste jaren ook erg veranderd, sinds steeds meer vrouwen bewust kiezen om kinderloos te blijven. Veel makkelijker dan vroeger wordt die keuze geaccepteerd. Ook Mariska krijgt geen nare vragen als ‘en wanneer komen de kindertjes?’ Het maakbare gezin. Waarom dat thema? Eigenlijk geen voorbedachte rade. Het enige wat ik ‘had’ toen ik dit verhaal schreef, was het idee dat Sam een brief zou krijgen met de mededeling dat hij een kind had geërfd. Later heb ik ervan gemaakt dat het ook daadwerkelijk zijn eigen kind was. Om eerlijk te zijn, houd ik me niet zo bezig met de trends en is het puur wat er op dat moment in mijn hoofd opkomt waar ik dan over schrijf. Dat neemt niet weg dat het thema erin geslopen is. Blijkbaar houdt het je op een bepaald niveau toch bezig. Heb je dat gemerkt, tijdens het schrijven, dat je dacht ‘o, dus zo denk ik daarover?’ Nee, totaal niet. Ik ging al schrijvend gewoon die richting op en bedacht: oh, een kind, ja, dat is misschien wel leuk om over te schrijven. Had het nog niet eerder gedaan, en had twee hele goede rolmodellen in mijn eigen 5-jarige tweeling. Bepaalde uitspraken zijn letterlijk van hen. Waar ik van genoten heb zijn de kleine details over het leven van je hoofdpersonen. ‘… terwijl ze zich in een joggingpak hees en bijna helemaal in de kast verdween op zoek naar het bijpassende jack’. Een teveel aan dergelijke details en je hele verhaal schuift van de helling. Maar je kan ook niet zonder, het kleurt je stijl en je karakters, maakt ze levendiger. Hoe heb je daar zo’n goede balans in gevonden? Ik kan me heel erg ergeren aan verhalen waar dat totaal ontbreekt. Zo heb ik ooit een verhaal gelezen waar het compleet in het donker werd gelaten hoe de karakters eruitzagen. Zelfs geen enkele hint over haarkleur of wat dan ook. Ik ben zelf heel visueel ingesteld, en wil dan ook graag weten hoe iemand of iets eruitziet. Misschien heeft dat te maken met het feit dat ik in mijn jongere jaren veel tekende en zelfs een periode heb gehad waarin ik modeontwerpster wilde worden. Ik doe trouwens niets liever dan de boel inrichten. Soms sla ik daarin door dus ik vat het dan ook echt op als een compliment dat jij vindt dat ik zo’n goede balans heb gevonden. Ik spreek je graag nadat je Spiegelbeeld hebt gelezen, waarin mijn hoofdpersoon stiliste van beroep is. Ik heb me in elk geval niet verveeld met je details! Let je er speciaal op bij het herschrijven? Nee, zo schrijf ik, soms teveel details, die ik er bij het herschrijven weer uithaal. Soms sla ik een beetje door, maar dat zie ik pas naderhand, en soms is het andersom, maar dat komt maar zelden voor. Nee, eigenlijk ben ik iemand die heel erg op details let. Op zeg maar driekwart van het boek creëer je een stapeltje spanningsbogen. Je springt van persoon naar persoon en de misverstanden stapelen zich op. En net als je denkt dat het goed komt glipt het allemaal weg. Heerlijk om te lezen. Moeilijk om te schrijven? Nee, totaal niet. Maar dat komt omdat ik zo in het verhaal zit en het zelf soms zo spannend of komisch vind dat het echt vanzelf gaat. Voordat ik aan zo’n hoofdstuk begin, kan ik helemaal opgewonden zijn, omdat ik weet dat er nu iets gaat gebeuren. En tja, soms typ ik sneller dan ik denk. Ik lees een hoofdstuk ook pas nadat het klaar is, omdat ik anders totaal uit mijn ritme val. Je typt sneller dan je denkt? Leg dat eens uit? (Lacht hartelijk). Ik praat soms sneller dan ik denk…zo bedoelde ik het. Ik type blind, dus soms staat het er al voordat ik erover heb nagedacht. Maar dan zit ik zo diep in het verhaal dat het eigenlijk geen verhaal meer is, maar iets wat ik zelf beleef. Eh ja, ik heb nu eenmaal een grote fantasie, wat niet per se verkeerd is als je verhalen schrijft, denk ik. Even over de romantische scènes. Schrijven over seks zonder expliciete woorden te gebruiken en zonder te vervallen in gemeenplaatsen als ‘haar zwoegende boezem’ is altijd moeilijk. Heb je een tip voor beginnende schrijvers die zo’n scène willen opzetten? Ik denk dat het voor ieder persoonlijk is. Zelf houd ik niet van overdreven taal. Grove woorden voor intieme delen, zal je zelden of nooit in mijn verhalen vinden. Oké, als ze boos zijn, of het de ‘slechteriken’ in mijn verhaal zijn, misschien. En verder schrijf ik zoals ik het zelf zou ervaren. Je moet er toch niet aan denken dat iemand zegt dat je boezem zo mooi zwoegt? Boezem? Zo noemde mijn opa het geloof ik! Bol.com heeft je ingedeeld bij de streekromans. Door je deelname aan de Jill Mansell wedstrijd val je ook in het chicklit vakje. Hoe we het ook noemen, het genre ligt je. Ben je van plan je hierbij te houden of voel je de verleiding om ook eens een ander genre te proberen? Wie weet een detective? Ik moet je bekennen dat ik zelf misschien het meest verbaasd was toen ik tot de ontdekking kwam dat ‘Liefde of leugens’ in die categorie was ondergebracht. Maar volgens mijn uitgever was het zeker geen chicklit. Romantische fictie vind ik zelf beter klinken, maar ach, als het beestje maar een naam heeft, toch? Nee, een detective zal ik nooit schrijven omdat ik denk te weten wat ik kan. Waar ik wel aan bezig was toen alles in een stroomversnelling raakte, is een verhaal waarin mijn hoofdpersoon bepaalde ‘gaven’ zoals telepathie en nog meer van die kleine dingen, heeft. Ik heb me laten vertellen dat het op een gegeven moment zelfs heel spannend is. Dat vond ik heel leuk om te doen, en het is nu al één van mijn eigen favoriete verhalen. Eerder zeg je dat je niet per se op de trends inspringt, toch een kenmerk van chicklit. Even heel zakelijk. Uit het oogpunt van verkoopcijfers, vond je het wat dat betreft jammer dat het boek niet in die categorie gezet werd? Enerzijds wel, en anderzijds weer niet. Maar dat heeft ermee te maken dat de helft van de vrouwelijke lezeressen gek is op chicklit, en de rest niet. Maar ja, je kunt het niet iedereen naar de zin maken. Dus ga ik zelf maar in het midden zitten met romantische fictie. Maar ‘Ik huur een man’, is volgens mij wel degelijk chicklit. En waar ik ook nieuwsgierig naar ben, wat leest Conny Regard zelf graag? Ik ben hopeloos romantisch. Ik heb dan ook twee boekenkasten vol met historische romans, van bijvoorbeeld Kathleen Woodiwiss, Jude Deveraux, Johanna Lindsey. Hedendaagse chicklit van natuurlijk Jill Mansell, Jennifer Crusie, Maggie Alderson en ga zo maar door. Maar ook ‘griezelverhalen’ van John Saul, Stephen King en, en, en… ach, teveel om op te noemen, eigenlijk. Ik moet hoognodig nog een boekenkast aanschaffen! ©2007 Ingrid Bilardie |