![]() |
| 'T WERELDJE |
| DE WERELD VAN HET BOEKOMSLAG | COPYRIGHT | HET CREATIEVE PROCES | KOSTENANALYSE POD'S |
|
In het snelle bestaan van tegenwoordig krijgt een boek één kans, één glimp, één moment om op te vallen en de aandacht van de lezer te trekken. Daarna zijn er twee mogelijkheden: het boekomslag slaagt in die paar cruciale seconden om de interesse van de lezer te wekken, of niet. Welke factoren spelen hier een rol? Waar moet men rekening mee houden bij het ontwerpen van een boekomslag? Ron van Roon, een van Nederlands meest bekende en succesvolle omslagontwerpers, geeft zijn visie. “Het ontwerpen van een boekomslag gaat puur op gevoel. Zogeheten “do’s” en “don’ts” bestaan niet. De ene keer richt ik me volledig op één bepaald aspect, dit kan de illustratie zijn, de kleur van de achtergrond, zelfs het lettertype, en de andere keer laat ik alles los en zie ik vanzelf wel wat eruit komt. De grootste fout die men kan maken bij het ontwerpen van een boekomslag is dat de titel niet of moeilijk leesbaar is. Dit kan bijvoorbeeld komen door letters die teveel glimmen en in het kunstlicht van de boekhandel slecht leesbaar worden door reflectie, of doordat de achtergrond te weinig contrast biedt. Maar een vaste succesformule voor een lokkende omslag is er niet. Het moet op een positieve manier opvallen, dat is het belangrijkste. En dat kan op oneindig veel manieren.” Niet alleen de voorkant, ook de rug van het boek is belangrijk. Er is immers maar een beperkt aantal boeken dat het geluk heeft in de boekwinkel op een tafel te mogen prijken, het merendeel wordt op planken neergezet waardoor de rug het enige is dat zichtbaar blijft. Rons werkwijze voor wat betreft de rug van het boek is daarom hetzelfde als die voor de voorkant: het moet opvallen en duidelijk leesbaar zijn. Bovendien moet volgens hem de rug een vervolg zijn van wat er op de voorkant gebeurt. De voorkant en rug moeten samen met de achterkant één geheel vormen. De achterkant van het omslag werd in het verleden nogal eens onderschat maar tegenwoordig beginnen steeds meer uitgevers en omslagontwerpers het belang van een goede achterflap in te zien. Volgens Ron is de achterkant van het omslag minstens zo belangrijk als de voorkant. “De achterkant van het boek geeft vaak de doorslag. Aan de hand van de informatie op de achterflap wordt in de boekwinkel door de lezer besloten of een boek de moeite waard is of niet.” Staat er op de achterflap echter alleen maar een foto van de auteur en een samenvatting van het boek dan wordt er kostbare ruimte verspild. De achterflap is namelijk bij uitstek geschikt om het boek aan te prijzen, bijvoorbeeld door het gebruik van blurbs. Een blurb is een positieve quote uit een recensie, die vervolgens gebruikt kan worden voor de promotie van het boek. Bij het ontwerpen van een boekomslag komt natuurlijk ook de technische kant aan bod. Hoe belangrijk is bijvoorbeeld de symmetrie bij een omslag? Er zijn geen regels voor, zegt Ron. "Waar het om gaat, is dat het bij het boek past. Bij het ene boek, waar je kiest voor een speels en kleurrijk omslag met fantasieletters en illustraties in plaats van een echte foto, kun je het veroorloven om de tekst van de titel en auteursnaam schuin onder elkaar te zetten, het expres een beetje rommelig te maken juist omdat dit bij het boek past. Maar er zijn ook boeken die vragen om een juist wat strakkere aanpak en dan kies je voor rechte lijnen, een scherpe foto, zakelijk lettertype, maatwerk. Ieder boek is uniek, en dus is ook iedere omslag uniek.” Ron licht de keuze van het lettertype nog wat verder toe. “Wil je een boek dat rust uitstraalt, dan gebruik je één lettertype. Maar wil je een cover met herrie, dan gebruik je verschillende lettertypes door elkaar. Bij de covers in de Ronald Giphart-reeks bijvoorbeeld ben ik tegen alle regels ingegaan.” Ook kleuren spelen uiteraard een rol. Er is één kleur die zelden tot nooit gebruikt wordt voor het boekomslag en dat is groen. “Groen werkt niet,” legt Ron uit. “Groen kost poen.” Een verklaring heeft hij hier niet voor, maar feit is wel dat de kleur groen zo veel mogelijk gemeden wordt. Kijk voor de aardigheid maar eens rond in de boekwinkel of in je eigen kast, groene omslagen zullen vrijwel altijd in de minderheid zijn. De beslissing om complementaire kleuren te kiezen of juist voor rebelse, op het eerste gezicht tegenstrijdige kleuren te gaan is volgens Ron volledig afhankelijk van de inhoud van het boek, de psychologie die erachter zit. Voor een zwaarmoedig verhaal wordt uiteraard geen knallende kaft ontworpen, net zomin als dat men een luchtig en humoristisch verhaal geen sober, donker jasje aantrekt. Het totaalplaatje van de omslag moet de sfeer van het boek, het gevoel van het verhaal, in een oogopslag oproepen. Maar houdt dit in dat de ontwerper alle boeken eerst dient te lezen voordat hij met een voorstel kan komen? “Ik lees nooit de boeken waarvoor ik een omslag moet ontwerpen,” bekent Ron. “Daar is simpelweg geen tijd voor. Ik krijg een synopsis mee, en soms zelfs dat niet eens. Vaak vraag ik aan de uitgever wat er zo bijzonder is aan het boek, zodat mij de kernpunten duidelijk worden. Ook wil ik altijd weten of het verhaal goed of slecht eindigt, maar dat is meer een persoonlijke kwestie. Ik hou van boeken met een ongelukkige afloop, met duistere boeken kun je meer.” Tussen de schrijver zelf en de ontwerper is er nooit contact, alles verloopt via de uitgever. “Contact met de auteur is dodelijk. In de ogen van de schrijver van het boek is het omslag nooit goed genoeg. Een ontwerp kan gewoon onmogelijk precies overeenkomen met wat de schrijver in zijn hoofd had. En dat is logisch, dat kun je ook niet verwachten. Maar vooral beginnende schrijvers kunnen hier nogal eens wat drama over maken.” Gemiddeld zijn er zo’n drie ontwerpen voor nodig voordat er een definitief omslag ontstaat. “Vaak weet een uitgever niet wat hij wil en krijg ik bij het eerste voorstel volledig de vrije hand. Ik ontwerp dan iets, met in mijn achterhoofd de zaken die mij zijn bijgebleven van de samenvatting. Aan de hand van dit eerste voorstel wordt dan duidelijk in welke richting het ontwerp op moet, vaak een heel andere, en kan er een tweede en soms derde ontwerp komen.” Wat uiteindelijk volgens Ron het belangrijkste element van een goed boekomslag is, is dat het je weet te raken, dat het een signaal afgeeft, dat het opvalt tussen de andere boeken. Als dat lukt, dan is het boek al voor de helft verkocht. Ter afsluiting bespreekt Ron enkele van zijn favoriete, door hemzelf ontworpen boekomslagen:
Studio Ron van Roon is gevestigd in het hart van Amsterdam, op tramafstand van de grachtengordel waar Ron graag persoonlijk met zijn ontwerpvoorstellen bij de uitgevers langsgaat. Ron heeft een achtergrond in beeldende kunst en begon zijn carrière met het ontwerpen van leaders voor de NOS. Zijn eerste grote succes als omslagontwerper behaalde hij in 1989 met het ontwerp voor het boek “Een kip die over de soep vloog” (Frans Pointl), waarna er vele opdrachten volgden. Ron werkt samen met één assistent en twee stagiairs. Tot de vaste opdrachtgevers behoren onder andere Uitgeverij Podium (voor wie Ron tevens de huisstijl heeft ontworpen), De Arbeiderspers en Nijgh & Van Ditmar. Behalve boekomslagen ontwerpt Ron onder andere gelegenheidspostzegels, logo’s en posters. Voor meer informatie over zijn werk kun je terecht op www.ronvanroon.nl. © J. Visser Auteursrecht op internet, recht of krom? Het internet staat boordevol met informatie en er komt elke dag meer bij. Iedereen lijkt wel wat te melden te hebben. De online encyclopedie Wikipedia is hier een levend voorbeeld van, alleen al in de Engelse versie staan meer dan 1,1 miljoen artikelen, allen samengesteld door internetgebruikers zoals jij en ik. Als alle beschikbare informatie op internet in boeken werd gedrukt zou dit de inhoud van alle bibliotheken ter wereld meer dan negen keer overtreffen. Logisch dus dat de meeste schrijvers een website hebben waarop ze zichzelf voorstellen en hun werk promoten door hier wat van te laten zien. Aan de ene kant is het vleiend dat jouw tekst zo’n groot bereik heeft, aan de andere kant wil je niet dat er misbruik van wordt gemaakt. Er is zoveel vrij toegankelijke tekst op internet te vinden, hoe weet je dan nog wat er met jouw tekst gebeurd? Wat als anderen met jouw hard bevochten woordenschat gaan pronken? Plagiaat en diefstal van ideeën, daar is iedere schrijver bang voor. Of je nou zakelijke teksten, proza of poëzie schrijft. Maar wat is misbruik? En mag iemand zomaar naar jouw tekst verwijzen of delen hieruit over nemen? En wat kun je er tegen doen als je meent dat jouw werk onterecht wordt gebruikt? In artikel 1 van de Auteurswet 1912 wordt het auteursrecht als volgt omschreven: “Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.” Dit auteursrecht krijg je als auteur automatisch op het moment dat je iets creëert. Het maakt niet uit of het een kladje is of een volledig boekwerk. Een idee voor een verhaal valt hier echter niet onder. Helaas kun je dit auteursrecht nergens officieel registreren en kan het daardoor wel eens lastig worden om te bewijzen dat jij de originele schrijver bent van een tekst. Het wordt schrijvers aangeraden om bewijsstukken te maken van de te beschermen tekst. De maatregelen hiervoor zijn vrij simpel, maar ook weer niet echt iets waar je dagelijks aan denkt. De mogelijkheden zijn: 1. Stuur je werk aangetekend naar jezelf en laat de enveloppe dicht zitten. Hiermee wordt aangetoond op welke datum de tekst in jouw bezit was, maar niet dat je de maker hiervan bent. 2. Registreer je werk bij de Belastingdienst, afdeling onderhandse akten. Ook hierbij wordt niet de inhoud geregistreerd, maar alleen dat je het werk op een bepaalde datum in bezit had. Beide opties komen alleen van pas mocht het werkelijk tot een rechtszaak komen over de auteursrechten. Zodra je officieel gepubliceerd hebt, wordt het betreffende werk wel geregistreerd. Dit gebeurt onder andere door middel van de toekenning van een ISBN nummer en het (kunnen) deponeren van twee exemplaren bij de Koninklijke Bibliotheek. Een publicatie op internet is een relatief nieuwe vorm van publiceren, die nogal eens voor vragen zorgt over de eigendomsrechten. Internet is een nauwelijks gecontroleerd medium en zeer toegankelijk voor het grote publiek. Iedereen kan namelijk een website maken en hierop zijn teksten neerzetten. De makkelijkste manier om aan anderen duidelijk te maken dat de teksten op jouw website beschermd zijn is het copyrightteken te gebruiken met hiernaast je naam en de datum. Het copyrightteken is echter niet nodig en heeft in Nederland geen rechtsbetekenis. Ook kun je de frase “dit werk is auteursrechtelijk beschermd” gebruiken, maar in principe geldt dit automatisch voor elk origineel werk. Ter verduidelijking aan de lezers van je website kun je een goed zichtbare passage neerzetten waarin je als schrijver duidelijk maakt wat mensen wel en niet met de inhoud van jouw website mogen doen. Zo’n tekst is zo geschreven, voorbeelden zijn er te over op internet en je kunt hier gemakkelijk je eigen draai aan geven. Let hierbij uiteraard wel op het copyright van anderen. Het is ook mogelijk om gebruik te maken van een kant en klare licentieovereenkomst van Creative Commons. Op grond van de voorwaarden die jij stelt aan het gebruik van jouw teksten, krijg je een licentie die je gratis op jouw website kan gebruiken. Iedereen kan hierdoor zien wat er wel en niet met de inhoud van jouw werk mag gebeuren. Deze licenties zijn gemaakt door mensen die vinden dat het huidige copyright te strak is. Ze zijn van mening dat er meer wordt bereikt als mensen de ideeën van anderen verder mogen uitbreiden. Wikipedia gebruikt bijvoorbeeld zo’n licentie zodat de inhoud continue veranderd en verbeterd kan worden. In de schrijfwereld bestaat al sinds jaar en dag iets wat fanfictie heet. Neem bijvoorbeeld de bestsellerreeks over Harry Potter, waaraan ook door zijn fans gretig verder wordt geschreven. Het commercieel maken hiervan lijkt te zijn verboden, maar is nog nauwelijks bij de rechterlijke macht getoetst. Hier is naar mijn idee sprake van een overtreding van het auteursrecht, terwijl het nieuwe product wel beter kan zijn. De meeste schrijvers staan fanfictie oogluikend toe, het gaat tenslotte om hun grootste fans, maar ze lezen deze teksten niet uit angst om plagiaat te plegen. De nieuwe verhaallijn is dubbel genoeg immers wel auteursrechtelijk beschermd. Schrijfster Marion Zimmer Bradley heeft fanfictie lange tijd aangemoedigd tot ze zelf in de problemen kwam doordat een fan medeauteurschap wilde voor een nog uit te brengen boek. Dit boek is uiteindelijk nooit gepubliceerd en de schrijfster raadde sindsdien iedereen af fanfictie goed te keuren. Creative Commons laat een schrijver in elk geval goed nadenken over wat wel en niet onder misbruik van een tekst kan worden verstaan. Je kunt de licentie zo open of gesloten maken als je zelf wilt. Citaatrecht bestaat er voor alle teksten. Anderen mogen jouw teksten, ook als ze al in boekvorm zijn gedrukt, citeren, bespreken en hiernaar verwijzen. Zolang er sprake is van een duidelijke bronvermelding kun je als auteur hier weinig anders mee doen dan dit te zien als reclame voor jouw werk. Niet geheel onwenselijk lijkt mij. In de webwereld wordt er ook veel gelinkt; (gelijkgestemde) websites noemen elkaar waardoor er meer verkeer wordt gegenereerd en je sneller wordt gevonden. Ook hier wil je waarschijnlijk niets aan doen als schrijver, want welke schrijver wil er nou niet méér gelezen worden? Maar kun je ook wat doen als een andere ‘schrijver’ klakkeloos jouw tekst overneemt zonder bronvermelding? In de weblogwereld heb ik dit al regelmatig zien gebeuren en daar wordt dit zonder pardon publiekelijk afgestraft. Het simpelweg plaatsen van een kopie van het plagiaat naast het origineel lijkt genoeg te zijn om de hele webwereld de letterdief te laten uitkotsen. Het inschakelen van een rechter lijkt hier dus niet nodig. Maar hier gaat het om dagboekstukjes op weblogs. Wat te doen als je een compleet verhaal online hebt gepubliceerd en dit door een ander (online) gebruikt wordt met zijn naam eronder of erger nog, ingezonden wordt naar een tijdschrift of schrijfwedstrijd? Als het gaat om een eigen website van iemand zou ik in eerste instantie proberen deze zaak onder elkaar op te lossen. Een email met een verzoek tot verwijderen van de tekst is een goed begin. Wordt er hier geen gehoor aan gegeven dan kun je de publiciteit gaan zoeken of met bewijzen naar de provider stappen en vragen om verwijdering van het betreffende stuk of de hele website. Als het gaat om een website waar verhalen van meerdere auteurs worden verspreid, een tijdschrift of een schrijfwedstrijd is het verstandig direct de eigenaars hiervan aan te spreken. Zij zullen zeker niet gebaat zijn bij negatieve publiciteit en zullen de zaak serieus nemen. Bij beide zaken zijn bewijsmaterialen nodig. Hier kunnen dan de eerder genoemde maatregelen van pas komen. Maar ook emails met daarin de tekst en een datum zouden als bewijs kunnen dienen. Het lijkt dus slim om jezelf een email te sturen met daarin de tekst die je wil beschermen. Daar ook hier fraude makkelijk is, iedereen kan de datum op zijn thuiscomputer enkele jaartjes terug zetten, zal het om emailadressen moeten gaan waar niet mee te sjoemelen valt. Te denken valt aan werkadressen,maar waarschijnlijk ook internet gebaseerde emailadressen als yahoo, hotmail en gmail. Maar een rechter heeft hierin het laatste woord of hij het wel of niet toelaat als geldig bewijs. Samenvattend is het te stellen dat ook bij publiceren op internet het van groot belang is je te verdiepen in het auteursrecht als je wilt voorkomen dat anderen met jouw veren gaan pronken. Publicaties op je eigen website zijn in principe auteursrechtelijk beschermd, maar het kan geen kwaad dit nog eens extra te vermelden. Publicaties op websites van anderen zijn gebonden aan de voorwaarden van die anderen. Lees die dus altijd goed door en wees je er bewust van welke rechten je de ander hiermee verleent. Mocht er weinig over auteursrechten worden vermeld op de betreffende website zorg dan dat er onder jouw tekst altijd jouw naam, de datum en het copyrightteken staat. Hiermee ben je in beginsel beschermd, mits je zorgt voor onderliggende bewijsstukken. Het blijft dus ook in het digitale tijdperk nog steeds nuttig om je verhaal ‘gedateerd’ op te sturen naar jezelf. © Kitana PS: Over auteursrecht is enorm veel informatie te vinden. In dit korte artikel is lang niet alles aan bod gekomen. Er valt hier een boek over te schrijven… Voor meer informatie kunt u o.a. gebruik maken van de volgende websites die ook voor dit artikel zijn geraadpleegd: www.schrijven.org www.auteursrecht.nl http://creativecommons.org/ http://www.iusmentis.com/auteursrecht/internet/ http://nl.wikipedia.org/wiki/Auteursrechten http://nl.wikipedia.org/wiki/Fanfictie http://www.fanworks.org/writersresource/?tool=fanpolicy&action=define&authorid=53 Een verbitterde ziel sprak onlangs deze woorden: ‘Creativiteit is een verloren begrip.’ Het is een drastische bewering, maar er schuilt wellicht een kern van waarheid in. Binnen onze samenleving dreigt de creativiteit af te zwakken, de angst om ‘anders’ te zijn neemt toe. Het is aan de kunstenaar om de creativiteit te bewaren, zelfs te introduceren. Het is aan u, de schrijver, om de mensen te veroveren d.m.v. woord en verhaal. Zonder creativiteit bestaat geen kunst, bestaat geen schrijver. Creativiteit hoeft zich niet te beperken tot de artistieke prestaties. In het dagelijkse leven kan men op verschillende manieren creatief zijn, bijvoorbeeld in een gesprek. Het bevordert de originaliteit en individualiteit, en is daardoor de basis van de persoonlijkheid. Ook in de literaire wereld dreigt het creatieve werk een minderheid te vormen. Weinig schrijvers onderscheiden zich nog van de menigte (lees: de markt). Ik durf zelfs te beweren dat er na ‘Ik Jan Cremer’ geen Nederlands boek meer is uitgebracht waar zulke tumult rond heeft bestaan. “Is ‘Ik Jan Cremer’ dan zo’n bron van creativiteit?” vraagt u. In de jaren ’50 bevorderde dit boek Cremers’ individualiteit, het bezat een originele schrijfwijze. Ja, in die tijdsgeest was ‘Ik Jan Cremer’ een creatieve opzet. Of het dat vandaag nog zou zijn, dat is de vraag. Creativiteit is veranderlijk, het groeit of zwakt af naargelang de heersende normen en waarden. Het hangt ook vast aan persoonlijke appreciatie. Roald Dahl vind ik bijvoorbeeld het toonbeeld van de creatieve schrijver, terwijl sommigen zijn verhalen niet meer dan vreemd vinden. Het komt erop neer dat we moeten vertrekken vanuit een objectieve kijk op creativiteit. De volgende definitie beantwoordt daaraan: creativiteit is het bijeenvoegen van onsamenhangende elementen tot een zinnig geheel. Iets wordt pas zinnig als een ander het opmerkt, als het een gevolg heeft. Dat gevolg kan praktisch van aard zijn, maar het kan ook een gevoel zijn dat het bij iemand oproept. Om uw creativiteit te stimuleren, is het belangrijk dat u het proces begrijpt. Met een beter inzicht kunt u onderstaande informatie toepassen op uzelf. Nadat ik u een beter zicht verschaf op inspiratie, schrijftalent en het creatieve proces, geef ik enkele praktische tips zodat u zelf aan de slag kan. Inspiratie. De grens tussen creativiteit en inspiratie is voor velen onduidelijk. Dat is een logisch gevolg van twee begrippen die in grote mate aan elkaar verbonden zijn. Het ene kan niet zonder het andere. Als we stellen dat het creatieve proces de actie impliceert (het schrijven zelf), dan zou inspiratie vooraf gaan aan de actie. Men moet immers inspiratie hebben om te kunnen schrijven. Zowel invloeden van buitenaf (natuur, media…), als invloeden vanuit onze psyche (herinneringen, emoties…) spelen hier een grote rol. Het is niet zo dat kunstenaars ‘overvallen’ worden door inspiratie. Je creëert het zelf door na te denken en te bezinnen. Het citaat ‘De vrouw van een schrijver zal nooit begrijpen dat hij aan het werk is als hij uit het raam zit te staren’ van Burton Rascoe verwijst daarnaar. Schrijvers ervaren vaak inspirerende momenten tijdens het lezen of herlezen van eigen teksten, net omdat ze dan op een bepaald niveau denken. Beschouw inspiratie niet als een geschenk uit de hemel, wel als een continu proces waarbij hoge concentratie vereist is. De weg naar het creëren van inspiratie is voor iedereen anders. Je kan jouw weg het beste vinden door je te omsingelen met dingen die jou inspireren, denk aan bijvoorbeeld muziek, geuren en kleuren. Dát is de eerste stap naar creativiteit. Schrijftalent. Renate Dorrestein beweert dat creativiteit een onderdeel is van schrijftalent. Onderscheidingsvermogen, uithoudingsvermogen, geduld en toewijding zijn de sleutelwoorden. Een schrijver moet durven opstaan voor zijn creativiteit zonder zich te laten remmen door heersende normen en waarden. Veel talent wordt getart door onzekerheid, door de angst van ‘onaanvaardbaarheid’. Benut de twijfel door te herschrijven en herdenken totdat je voldoening vind in je tekst. Zolang de onzekerheid blijft bestaan, is het creatieve proces niet voltooid. Close-up van het creatieve proces. Het creatieve proces speelt zich af in jouw hoofd, niet daarbuiten. Onbewust beleef je verschillende fases waarin je creativiteit wordt verstrekt of afgebroken. Fase 1: de preparatie. Je herkent iets als een probleem en onderzoekt het vanuit verschillende perspectieven. In het geval van schrijvers gaat het meestal om een slecht gevoel over een woord of zin. Bijvoorbeeld: ‘Ze droeg een … japon.’ Je wilt duidelijk maken dat de japon oud en versleten is. Deze bijvoeglijke naamwoorden geven niet de juiste sfeer aan, ze klinken niet naar behoren. Je zoekt dus een ander woord. Fase 2: de incubatie. De incubatiefase kan verschillende vormen aannemen: - Er wordt niet bewust aan het probleem gedacht. De schrijver draagt het in zijn achterhoofd met zich mee, dat kan een lange tijd aanhouden. Uiteindelijk zal de schrijver tot een oplossing komen, dikwijls nadat hij opnieuw met het probleem geconfronteerd wordt. Bijvoorbeeld: ‘Ze droeg een versleten japon’ staat op jouw papier, doch niet met jouw goedkeuren. Tijdens het redigeren valt het je opnieuw op en vervang je het woord. - Een actievere vorm van de incubatiefase is de associatiemethode. Terwijl je denkt aan een mogelijke oplossing voor het probleem, ga je het beeld dat jij in jouw hoofd hebt, associëren aan andere beelden. Bijvoorbeeld: ‘De japon had zijn volume en kleur verloren als een verwelkte bloem.’ - In geval van blokkades, kan een langere incubatietijd worden ingelast. Ook dit kan onbewust gebeuren. Het werk wordt aan de kant geschoven, en de schrijver neemt het pas weer tot zich als hij de inspiratie voelt kriebelen. Bij een langere incubatietijd geef je je emoties de kans om het resultaat mee te bepalen. Je hersens hebben vaak tijd nodig, probeer hen niet ‘voor te zijn’. Bijvoorbeeld: een veelvoorkomend probleem bij beginnende schrijvers is de ontwikkeling van de personages. Het wil maar niet lukken, de personages blijven te vaag. Denk eraan dat de beste personages uit de literaire geschiedenis wellicht al jaren in het hoofd van de schrijver leefden, alvorens er ook maar een woord over hen werd geschreven. Jezelf de tijd geven om aan die nieuwe werelden te wennen, is de boodschap. Fase 3: de illuminatie. Je hebt een mogelijke oplossing klaar, maar je bent bereid om daar vanaf te stappen als dat nodig is. Je kan het probleem indien nodig nog vanuit andere perspectieven bekijken. Bijvoorbeeld: ‘Ze droeg een verwelkte japon.’ Twee onsamenhangende elementen werden hier tot één geheel gebracht. Maar klinkt het? Past het in de context? Zonder een antwoord te kennen op deze brandende vragen, bedenk je alternatieven. Zou je misschien alleen haar gezichtsuitdrukking beschrijven? Of allebei? Fase 4: de verificatie. De waarde van de oplossing wordt nader onderzocht. Is de sfeer die het woord oproept in overeenstemming met met de sfeer van het verhaal/ van de context? Bijvoorbeeld: ‘Temidden van een rozenveld stond zij, gehuld in een verwelkte japon.’ De twee onsamenhangende elementen werden nu tot een zinnig geheel gebracht. De lezer kan zich een beeld vormen van hoe zij daar staat, en leert meteen iets over haar toestand. Tegelijk wordt de sfeer niet gebroken. We zouden kunnen zeggen dat het creatieve proces voor dit probleem voltooid is. Enkele richtingaanwijzers. Om je creativiteit trouw te blijven, moet je je losmaken van gedragspatronen en routines. Stel je open voor nieuwe indrukken, leef bewust. Bied je creatieve zelf op die manier de kans om naar buiten te treden. Laat je vooral niet belemmeren door anderen, omdat je niet met de kudde meeloopt. Anders zijn is niet gelijk aan verkeerd zijn. Creativiteit wordt vaak wakker geschud wanneer twee elementen die voordien als afzonderlijk werden aanzien, worden samengebracht. Vandaar dat associëren belangrijk is in de geest van een schrijver. Als er een beeld bij je opkomt, probeer dat dan te vergelijken met een ander beeld. Wat is er zo verschillend, wat is er zo gelijkend? Welk gevoel roept dat op? Ontdek hoe verschillende dingen met elkaar in verbinding staan, zonder dat iemand het eerder opmerkte. Creativiteit vervliegt, net zoals inspiratie, als je er niets mee doet. Verwerk het in de taal, experimenteer met woorden en technieken. Ook als je werk waardeloos lijkt, kun je eruit leren. Waarom lijkt het waardeloos? Train je geheugen om je creativiteit en inspiratie los te maken. Als je bijvoorbeeld je biografie schrijft, ga dan terug naar bepaalde plaatsen. Geef je herinneringen een plaats en herleef je gevoelens. Creativiteit en inspiratie komen vaak aan de oppervlakte op het overgangsmoment tussen inspanning en ontspanning. Om die reden krijgen vele schrijvers ‘invallen’ als ze op het randje van slapen zijn… Houd pen en papier naast je bed voor die plotse invallen. Laat ze niet door je vingers glippen. Laat je vooral niet remmen door helder te willen zijn. Ook in een roes kan je creatieve zelf in actie treden. Dat veel lezen een gouden tip is voor schrijvers, weten we. Lees verschillende genres, beperk je niet tot momentele bestsellers. Betreed andere terreinen, en benut je kritische oog. Treed in contact met taal, zodat het een deel van jezelf wordt. Creativiteit schuilt vaak in de dingen die je dagelijkse routine doorbreken. Mijn tip: breek uit. Doe dingen die je nooit eerder deed. Exploreer ongekende gevoelens. Wil je angst beschrijven? Maak een nachtelijke boswandeling. Wil je adrenaline beschrijven? Huur een quad en race tegen de wind. Schrijf je een avontuurlijk verhaal? Ga naar plaatsen waar je nooit eerder bent geweest. Durf het vliegtuig op te stappen naar Indonesië, Rusland of Afrika. Ontdek verschillende culturen. Tenslotte wens ik jullie nog veel succes met elke creatieve opzet, © Ineke Vander Aa Bibliografie: ‘Het geheim van de schrijver’, Renate Dorrestein. ‘Verhalen schrijven’, Studieplan. ‘Creatief schrijven’, UWLM, Hans Devroe. Al een tijdje speelde ik met de gedachten om een uitgebreide kostenanalyse te maken van de gehele POD/eigen beheermarkt. Op schrijfcursussen en op allerlei fora kon/kun je merken dat heel veel mensen bezig zijn om informatie te vinden over het drukken van boeken in eigen beheer. Dat kan om heel veel redenen zijn. Probleem is alleen dat veel mensen de weg niet weten en ze nemen dan de eerste de beste die ze tegenkomen. Wij raden aan om bij een productie van een boek zoveel mogelijk offertes op te vragen en een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen van het bedrijf waar u zaken mee gaat doen. Wij, van Blanco Regel, hebben bij alle bedrijven een offerte opgevraagd voor een oplage van 100 boeken en ze ook nog twee vragen gesteld: 1) Waarom moet iemand voor uw bedrijf kiezen en niet voor de concurrentie? Oftewel, wat is het onderscheidend vermogen van uw bedrijf? 2) Wat doet uw onderneming om het negatieve sentiment rondom uitgeven in eigen beheer om te buigen in een positief sentiment? Hier vindt u de bevindingen in PDF-formaat. © Sérgio do Carmo |